banner_kerk5.jpg
joomla responsive menu free

nieuwsflits

Verkiezing Predikant

Inzamelactie Biddag 2020

Binnenkort

  • zo 01 mrt. (20:15 - 21:00)
    Zing-Mee-Avond
  • wo 04 mrt. (19:45 - 21:30)
    Gemeenteavond met ds. Vreugdenhil
  • za 07 mrt. (09:00 - 10:00)
    Doopzitting
  • zo 15 mrt. (09:30 - )
    Bediening HD
  • wo 18 mrt. (10:00 - 12:00)
    Inloopochtend
  • wo 25 mrt. (14:30 - 16:15)
    Bijbelverspreiding dhr. A.H. van der Toorn
  • di 31 mrt. (19:45 - )
    Jaarlijkse ledenvergadering
  • za 04 apr. (08:00 - )
    Paaspakketten
  • wo 29 apr. (14:30 - 16:15)
    Rien Mouw natuurfotograaf leven op de Veluwe
  • wo 27 mei. (14:30 - 19:00)
    Student De Raaf
  • Contact WebMaster

    Een wenende Jezus

    "En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,
    Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient!"
    Lukas 19:41, 42a

    Als de Zaligmaker Jeruzalem nadert, wordt Hij door duizenden enthousiast toegejuicht: ‘Hosanna, gezegend is de Koning, Die daar komt in de naam des Heeren.’ Spoedig echter zal deze stemming omslaan. Want wie begeert de zegen van Zijn kruis en de kracht van Zijn bloed? Alleen de ontdekte zondaar, de vloekwaardige voor het aangezicht van de Majesteit Gods!
    De Heere Jezus is daarom helemaal niet blij met al die toejuichingen. Hij doorziet het uitwendige vertoon, de vleselijke godsdienst waar wij in onze blindheid nog wat van maken. Met Goddelijke alwetendheid doorgrondt Jezus het boze hart van de enthousiaste ‘verbondskinderen’ in Jeruzalem. En als Hij nabij kwam en de stad zag, weende Hij over haar. Dat waren niet ‘slechts’ menselijke tranen, maar tranen van de Zoon van God in Zijn menselijke natuur. Het maakt Zijn tranen des te aangrijpender! We lezen in Genesis 6: ‘Het smartte de Heere aan Zijn hart dat Hij de mens op de aarde gemaakt had.’ En in Jesaja 6:3: ‘Zij hebben Zijn Heilige Geest smarten aangedaan.’ Jezus weende. Zijn tranen vloeiden rijkelijk over Zijn wangen. Hij weende niet zachtjes zoals bij het graf van Lazarus, maar Hij brak in een luide jammerklacht uit. In korte, afgebroken zinnen snikte Hij uit: ‘Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag. hetgeen tot uw vrede dient!’
    Gods kinderen worden dikwijls door de wereld en door een oppervlakkige godsdienst honend aangeduid met het volk van ‘och’ en ‘ach’. Gelukkig gaat hun Koning hen daarin voor: ‘Och, of gij ook bekendet.’ Dat is: och dat u tot besef mocht komen, tot inkeer, ja tot wezenlijk berouw, tot een helder en duidelijk inzicht van hetgeen tot uw vrede dient. Vrede is het tegenovergestelde van oorlog.
    En nu is het zo dat wij van nature allemaal op voet van oorlog leven met God. Door de zonde is de vrede van de mens weggenomen. Deze wereld schijnt ons mensen veel te bieden aan genot en plezier, maar vrede kan ze ons niet geven. De goddelozen mogen menen dat ze vrede hebben, maar de Heere zegt bij monde van Jesaja: ‘Doch de goddelozen zijn als een voortgedreven zee, want die kan niet rusten, en haar wateren werpen slijk en modder op. De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede’ (Jesaja 57:20-21). En daarom: ‘Och, of gij ook bekendet, wat tot uw vrede dient.’ Dat wil zeggen voor God buigen, de wapens neerleggen, de tegenstand opgeven, de zonden belijden, smeken om genade. Zulk een bekennen wordt geboren in de weg van de waarachtige bekering. Dan gevoelen en beseffen wij de diepte van onze schuld en verlorenheid. Ik moet eens sterven en God ontmoeten en ik kan niet sterven en God ontmoeten. Wat breekt er dan een tijd van onvrede aan. En zo horen we David dan ook zeggen: ‘Rust noch vrede wordt gevonden om mijn zonden in mijn beenderen dag en nacht.’ Hoe krijg ik weer vrede met God? De ware vrede is alleen in Christus' offer. Dat is een geheim. Daar leert een schuldig en overtuigde zondaar het zoeken. Aan zulken openbaart Jezus de ware vrede. Aan het verslagen hart openbaart Hij Zichzelf als de Vredevorst, Die de toorn van God geblust heeft aan het vloekhout van Golgotha, Die de vrede afkondigt in onze ziel: ‘Mijn vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u.’ O wat een vrede komt er in het hart als een zondaar door het geloof op Jezus mag zien. Wat een hemelse vrede daalt er in ons binnenste als we ons verlaten mogen op Christus' offer en op Zijn kruis. Die vrede gaat alle verstand te boven. O zondaar beken toch en verlang toch naar deze ware eeuwige vrede Gods in de geloofsgemeenschap met de Heere Jezus Christus. Het kan immers nog! ‘Ook nog in dezen uw dag.’ Het is nog uw genadedag, de dag van uw zaligheid, de aangename tijd. O, die tijd is zeer kort. De eeuwigheid staat voor de deur.
    In de prediking van het evangelie treedt God als het ware rebellen en opstandelingen met de witte vlag van vrede tegemoet. Jezus zegt: ‘Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag.’ Kent u al iets van de vrucht van Jezus' tranen? De Borg Jezus heeft met tranen gezaaid en Hij leert Zijn volk dat zoete wenen, dat eens veranderen zal in een lach van vreugde, als zij met gejuich zullen maaien. De Kerk van het wenen gaat op naar het nieuwe Jeruzalem, waar God Zelf alle tranen van de ogen zal afwissen. ‘Hun blijdschap zal dan onbepaald door het licht dat van Zijn aanzicht straalt, ten hoogste toppunt stijgen.’

    Ds. A.B. van der Heiden