kerk_003.jpg

Binnenkort

  • wo 19 feb. (14:30 - 16:15)
    Shaare Zedek mevr. v.d. Berg
  • ma 24 feb. (19:00 - )
    Zendingsavond
  • di 25 feb. (21:15 - 22:00)
    Ledenvergadering
  • za 07 mrt. (09:00 - 10:00)
    Doopzitting
  • zo 15 mrt. (09:30 - )
    Bediening HD
  • wo 18 mrt. (10:00 - 12:00)
    Inloopochtend
  • wo 25 mrt. (14:30 - 16:15)
    Israël en de Joodse godsdienst dhr. G. Kranendonk
  • di 31 mrt. (19:45 - )
    Jaarlijkse ledenvergadering
  • za 04 apr. (08:00 - )
    Paaspakketten
  • wo 29 apr. (14:30 - 16:15)
    Rien Mouw natuurfotograaf leven op de Veluwe
  • David tot inkeer gebracht

    "Want voorzeker, het is zo waarachtig als de HEERE, de God Israëls, leeft, Die mij verhinderd heeft, van u kwaad te doen, dat, ten ware dat gij u gehaast hadt, en mij tegemoet gekomen waart, zo ware van Nabal niemand, die mannelijk is, overgebleven tot het morgenlicht!"
    1 Samuël 25:34

    God weet zijn kinderen te bewaren voor het kwaad door ze tot inkeer te brengen. Dat komt heerlijk uit in Davids leven. Met bloeddorst en wraak in zijn hart was hij op weg gegaan om Nabal te doden, maar de Heere hield David tegen. Daar gebruikte de Heere de wijsheid van Abigaïl voor. Zij is het middel geweest om David op andere gedachten te brengen.
    Als David de geschenken ziet die Abigaïl hem brengt, als hij ziet hoe zij voor hem buigt en al de schuld op zich neemt, als hij de goede woorden hoort die zij spreekt, wordt de strik gebroken. David komt tot inkeer. In verwondering looft hij de Heere, omdat Abigaïl het middel is dat hem tegen heeft gehouden om een groot kwaad te bedrijven. Met dankbaarheid aanvaart David de geschenken en laat hij Abigaïl met vrede terugkeren naar haar huis.
    Wat schittert hier Gods bewarende zorg in Davids leven. De Heere gebruikte de wijsheid van Abigaïl om hem voor bloedschuld te bewaren. Deze trouwe zorg van de Heere krijgt nog meer diepte als we letten op de woorden die Abigaïl gesproken heeft. Door deze vrouw laat de Heere Zijn belofte bij vernieuwing over David uitspreken. Zijn huis zal bestendig zijn en God zal hem beschermen. Zijn ziel zal ingebonden zijn in het bundeltje der levenden bij de Heere zijn God (vers 29). Ter verduidelijking, deze uitdrukking is ontleend aan de gewoonte om kostbare zaken in te pakken om voor beschadigingen te bewaren. Zo zal de Heere David bewaren als iets wat ingebonden is, kostbaar is. Meer nog wordt er door Abigaïl gezegd. De Heere zal Davids vijanden wegslingeren uit de holligheid van de slinger. Dat is het brede gedeelte van de slinger waarin de steen wordt gelegd.
    Wat een bijzonder rijke woorden. Wat een grote en dierbare beloften zijn dit voor David.
    De boodschap die Abigaïl hier brengt, heeft David diep geraakt.
    Bij dit alles moeten we bedenken dat het niet voor niets is dat aan het begin van dit hoofdstuk wordt gezegd dat Samuël gestorven is. Wat moet het David een verdriet hebben gedaan dat Samuël er niet meer is. Samuël was immers de ziener, de man Gods, de profeet die hem in opdracht van de Heere had gezalfd tot koning over Israël.
    Nu is Samuël weggevallen. Wie zal David nu bemoedigen, vertroosten, onderwijzen met de woorden van God? Wie zal nu kunnen betuigen dat hij werkelijk van de Heere is geroepen tot koning over Israël? We kunnen ons goed indenken dat het sterven van Samuël een zware slag voor David is geweest. Het laat zich denken dat twijfel en aanvechting zijn hart besprongen.
    Wat zal er van hem terechtkomen? Alles is zo tegen en nu is ook Samuël niet meer! Als een eenzame vluchteling gaat David zijn weg, levend in holen en spelonken. En dan, terwijl er haat en wraak in zijn hart is vanwege Nabal, komt de Heere weer tot David door middel van Abigaïl. Wat een wonder! Het heeft Davids hart verbroken. Nu hoort hij toch opnieuw dat de Heere van hem afweet. Duidelijk en krachtig wordt Gods belofte bij vernieuwing aan hem verzekerd. Meer nog, hij hoort dat de Heere zijn huis zal bestendigen en hem verlossen zal van al zijn vijanden. God is een Waarmaker van Zijn Woord!
    Zo is de Heere nog. Hij zal niet feilen in Zijn trouw, noch Zijn verbond ooit schenden. Dat is het wonder in het leven van Gods Kerk. Er kunnen donkere dagen zijn in het leven van Gods kinderen. Dagen waarin ze het zicht op de troost uit de belofte moeten missen. Twijfel bekruipt het hart. Soms zelfs zo, dat ze roepen: ‘Maar ach, mijn God, waar blijkt Uw trouw nu, waar Uw eer?’ Nog donkerder kunnen wij het maken door te luisteren naar de stem van ons boos en arglistig hart. Wat een zegen wanneer de Heere opnieuw spreekt en betoont van ons af te weten. Daar kan de Heere nog ‘Abigaïls’ voor gebruiken. Of zoals Psalm 141:5 zegt: ‘De rechtvaardige sla mij, het zal mij weldadigheid zijn’. Ondertussen is het enkel genade de bestraffing te aanvaarden. Velen laten zich niet corrigeren, ook al wordt er in liefde en wijsheid tot hen gesproken. Dan wordt de correctie van een vriend, ouder of ambtsdrager geweigerd. David heeft de bestraffing in dank aangenomen. Hij ziet er Gods hand in, Gods genade in, dat Abigaïl zich gehaast heeft. O, als de Heere niet had ingegrepen … Bijna uitgeweken, bijna vergaan, maar staande gehouden. Zo staat God Zelf in voor de bewaring van Zijn Kerk. Wat hij vastgrijpt laat Hij nooit meer los.

    Ds. W. Harinck

     

    Contact WebMaster