banner_kerk1.jpg
joomla responsive menu free

David en Goliath (2)

"En deze ganse vergadering zal weten, dat de Heere niet door het zwaard, noch door de spies verlost; want de krijg is des Heeren, Die zal ulieden in onze hand geven"
1 Samuël 17:47
 
Tegenover de reus Goliath laten alle helden in Israël het afweten. Maar plotseling is daar Gods held. We hebben gezien hoe David aan het hof van Saul terecht is gekomen. Daarin zagen we hoe de Heere de weg voor hem baande. David hoefde er zelf niets voor te doen. De God Die hem zalven liet, zal hem leiden naar het beloofde koningschap.
Hoelang David aan het hof van Saul geweest is, weten we niet. Hij is in ieder geval weer terug bij zijn vader als de Israëlieten in het bergland ten westen van Bethlehem tegenover de Filistijnen staan.
Niet meer aan het hof… weer naar huis gestuurd? Dat lijkt een stap achteruit te zijn. Zo komt de vervulling van de belofte in ieder geval niet dichterbij. Maar de Heere pakt als het ware de draad weer op. Hoe? Dat zien we hier. Isaï stuurt zijn zoon David naar zijn broers in het legerkamp. Daar mogen we de hand van de Heere wel in zien. Wij denken dikwijls dat dingen de verkeerde kant opgaan. Zelfs denken we dat Gods beloftenissen hun vervulling zullen missen. ‘Dan peinst de ziel: is ’t waar, zou God ook weten van mijn droevig lot? Zou d’ Allerhoogste van mijn klagen en bitt’re rampen kennis dragen?’
En toch… het komt goed! We kunnen het gerust aan de Heere overlaten. Hij komt uit waar Hij beloofd heeft. Zijn beloften falen niet.
Als David bij zijn broers komt, is de reus Goliath opnieuw bezig. De reus stort zijn spot en hoon over het leger, het volk en de God van Israël uit. Niemand doet iets. Niemand durft het op te nemen tegen deze vijand van God en zijn volk. Er gaat iets tintelen in het hart van David. Een vuur gaat branden in zijn binnenste. Kan deze man zomaar doorgaan met zijn spot en hoon? Kan hij zomaar aan blijven houden met het vernederen van het volk van Israël? Niet alleen voelt David hoe Goliath hem en zijn volk kwetst. De tere Godvrezende ziel van David voelt vooral hoe Goliath ten diepste de Heere tart. Goliath waant zich oppermachtig. Daagt Israël uit. Daagt God uit. Hier moet iets gebeuren. Wat brandt de liefde en de ijver. David zal strijden. Hij zal het opnemen tegen Goliath. Een reus of niet… in de kracht van de Heere zal hij gaan. Hoor wat hij zegt: ‘de krijg is des Heeren’. Met en voor de Heere zal hij het opnemen tegen Goliath. Strijden… er wordt heel wat afgestreden in de wereld. Naast de harde strijd om het bestaan kent het strijden nog zoveel andere gezichten. Er is een strijden voor onze naam en voor onze zaak. Voor onze groep en voor onze idealen. Het is niet verkeerd om eens na te gaan wat ons beweegt tot strijden. Hoe vaak is er een onheilig vuur. Tot in kerkelijke zaken toe kan een onzuiver motief ons aanzetten tot strijden. Is het ons, net als David, om de Heere en Zijn eer te doen? David ging niet ten strijde voor zichzelf. Hij werpt zich niet in de strijd tegen Goliath om zelf naam te maken. Het ging zelfs in de eerste plaats niet om de naam en het volk van Israël. Nee, de naam en zaak van de Heere was zijn motief. Die was hem boven alles lief geworden. Daar had hij zelfs zijn eigen leven voor over.
Wat is David hier beminnelijk. Hier toont hij iets van de grote Davids Zoon, de Heere Jezus Christus. Wat een ijver en liefde was er in Zijn hart. Hoe heilig het vuur dat in Zijn binnenste brandde. Zo zag de meerdere David om naar de welstand van Zijn broederen. Hij kwam om met de helse Goliath te strijden. Om een schuldig en krachteloos volk te redden van de dood. Bovenal brandt in Zijn hart de liefde tot de eer van Zijn Vader. Zo ver gaat Zijn liefde dat Hij meer geeft dan David ooit geven kon. Hij gaf Zijn leven, Zijn bloed… alles gaf Hij voor de eer van Zijn Vader. Het recht Gods was immers geschonden. De zonde kon niet ongestraft blijven. Dat zou strijden met de eer van God. De Goliath van de zonde en de ongerechtigheid moest bestreden worden vanwege de eer van God. Dat heeft Jezus gedaan! Al de ongerechtigheid is op Hem aangelopen. Zwaar was de strijd. Sterk waren de vijanden. Veel heeft het Hem gekost. De vloekdood van het kruis moest Hij sterven. Maar zo heeft Hij God de eer gegeven en verlost Hij een zwak en verloren volk van de Goliaths die hen benauwen.

Ds. W. Harinck