banner_kerk2.jpg
joomla responsive menu free

nieuwsflits

Verkiezing Predikant

Inzamelactie Biddag 2020

Binnenkort

  • zo 01 mrt. (20:15 - 21:00)
    Zing-Mee-Avond
  • wo 04 mrt. (19:45 - 21:30)
    Gemeenteavond met ds. Vreugdenhil
  • za 07 mrt. (09:00 - 10:00)
    Doopzitting
  • zo 15 mrt. (09:30 - )
    Bediening HD
  • wo 18 mrt. (10:00 - 12:00)
    Inloopochtend
  • wo 25 mrt. (14:30 - 16:15)
    Bijbelverspreiding dhr. A.H. van der Toorn
  • di 31 mrt. (19:45 - )
    Jaarlijkse ledenvergadering
  • za 04 apr. (08:00 - )
    Paaspakketten
  • wo 29 apr. (14:30 - 16:15)
    Rien Mouw natuurfotograaf leven op de Veluwe
  • wo 27 mei. (14:30 - 19:00)
    Student De Raaf
  • Contact WebMaster


    Een boodschap voor mensen die zichzelf moeten afschrijven

    "Zegt Zijn discipelen en Petrus."
    Markus 16:7

    Petrus had met vloeken en zweren zijn Meester driemaal verloochend en toen is het voor Petrus kwijt geweest. Wat zal de verklager der broederen in zijn binnenste gespot hebben: Gij hebt geen heil bij God. Je bent geen echt kind van de Heere. Het is alles bedrog in je leven geweest. Wat moeten de discipelen en de vrouwen wel denken, die hebben je allemaal afgeschreven.
    Maar, o wonder van vrije genade. Wie Petrus ook wil afschrijven, de Heere Jezus deed het niet. Ook voor Petrus heeft de Heere willen lijden en sterven. Ook voor die schandelijke verloochening heeft Christus op Golgotha verzoening aangebracht.
    Petrus ontvangt een aparte boodschap, een boodschap aangaande de opstanding van Christus. We lezen dat Petrus, ondanks alles wat er gebeurd is, toch naar het graf in de hof van Jozef van Arimathea is gegaan. Want in de zaal van Kajafas is de liefde in zijn ziel voor Jezus niet gestorven. Die liefde was uit God en daarom kan die liefde wel verflauwen, maar nooit geheel wegsterven. We weten dan ook hoe Petrus na zijn verloochening naar buiten ging en bitter geweend heeft. De liefde scheurde zijn hart. Door die liefde gedreven snelde hij ook naar het graf.
    Maar wat moest Petrus daar doen? Wat moest hij daar zoeken? Ach, al zou Jezus hem nooit meer willen aankijken wat hij zich waardig achtte, dan wilde Petrus toch nog één blik op dat dierbare lichaam van die dode Jezus werpen. Dan zou Petrus Hem daar bewenen. O, de liefde trok en de nood van zijn ziel dreef hem uit. Petrus was in eigen waarneming onbekeerd. De grond was weggevallen uit alles wat hij in zijn leven ervaren had. Een hel- en vloekwaardige was er overgebleven. Voor Petrus is het een afgesneden zaak geworden.
    Daar loopt hij het graf in, maar het graf is leeg. Hij ziet dat de vrouwen gelijk hebben, die hem de boodschap gebracht hebben dat Jezus leeft en is opgestaan. Ja ze hebben zelfs de opdracht gekregen dit aan de discipelen en in het bijzonder aan Petrus mee te delen. Wat een wonder, ook aan hem. En nu het grootste wonder. Ook voor Petrus opgestaan, want we lezen in Lukas 24:34 "en is van Simon gezien". Waar dat gebeurd is en wanneer dat gebeurd is, staat niet beschreven. Ook niet wat er toen tussen Jezus en Petrus heeft plaatsgegrepen. Dat laat zich ook niet beschrijven. Wie zal in woorden kunnen zeggen wat dat is om, als een arme doodschuldige zondaar, Jezus te vinden, Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. Die liefde is nooit te peilen, noch onder woorden te brengen. Van Simon gezien, die diepgevallen, die goddeloze vloeker.
    Voor Petrus en voor Gods kerk is dat nooit klein te krijgen. O, Jezus leeft, en dat voor zo één. Beladen met hun schuld ging Hij de dood en het graf in. Maar Hij is opgestaan en leeft.
    En nu de grote vraag ook aan u lezer(es), een vraag van levensbelang. Is Hij ook voor u opgestaan? Petrus heeft op die levensvraag een antwoord gekregen.
    Hij heeft mogen leren wat vrije genade is. Petrus heeft zelf geleerd wat hij moest gaan prediken. Een dood- en doemwaardig zondaar en daartegenover een Jezus, Die alles heeft aangebracht en Die Zich over de voornaamste van de zondaren ontfermt. Want ook voor zo'n Petrus was er nog zaligheid.
    O, dan kan het voor de grootste van de zondaren ook nog. Als wij maar bukken mogen en onze zonden belijden. Was Christus in de dood gebleven, dan was het onmogelijk, maar Jezus leeft en Hij kan doden levend maken. O, valt Hem dan te voet en bedel om Zijn levendmakende Geest. Die Geest, die ook nu nog levend maakt.

    Ds. A.B. van der Heiden