banner_kerk5.jpg
joomla responsive menu free


Pinksteren

En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.
Handelingen 2 vers 47b

Er ging geen dag voorbij of er werden mensen bekeerd. Er ging geen dag voorbij of zondaren riepen uit: "Wat moet ik doen om zalig te worden?" Elke dag kwamen er levende leden bij. Hoeveel dagen gaan er voorbij, zonder dat er iets gebeurt in de gemeente? Op die eerste dag werden er drieduizend zielen toegebracht. De gemeente van de pinksterdag groeide van honderdtwintig leden tot drieduizend leden. Maar daarna stopte het niet. Gods werk gaat door.

Wat een blijdschap is dat geweest. Er is blijdschap in de hemel, als één zondaar zich bekeert. Maar hoe groot is dan de blijdschap op de pinksterdag! Wat een gezegende tijd! Die begintijd van de Kerk des Heeren.

De Heere deed. Dat is de Heere Jezus, de verhoogde Middelaar Gods! Dat is de opgestane, maar ook opgevaren Koning en Heere. Verhoogd aan 's Vaders rechterhand. Die zorg draagt voor Zijn kerk. Hij zal voor de wasdom zorgen.
Het is Zijn kerkvergaderende werk. Hij vergadert uit het ganse menselijke geslacht Zich een Gemeente tot het eeuwige leven uitverkoren door Zijn Geest en Woord (Zondag 21). Dat is de voortgang van het werk van de Heilige Geest. Die Geest bleef werkzaam in het midden van de gemeente.

Christus zal loon hebben op Zijn arbeid. Het is Zijn Gemeente. Hij heeft daarvoor betaald. Hij heeft de levendmakende Geest verworven. Op de pinksterdag zien we de kracht van de uitgestorte Geest. Die Geest zal de wereld overtuigen van zonde, omdat zij in Hem niet geloven!

De Heere deed dat. Niet de mens. Niet de werfkracht van de mens. Niet de apostelen. Wel gingen zij door met prediken, maar de kerk is geen mensenwerk. Vergelijk eens de vorige verzen. Wat deed Petrus? Prediken en vermanen (vers 38 t/m 40). Wat deden die mensen? Lees eens vers 42 t/m 47a. En toch: zij hielden de kerk niet in stand. Maar de Heere Zelf. Hij wilde onder hen wonen en werken met Zijn Geest.

Zijn Geest vervulde de harten op de pinksterdag. De uitstorting van de Heilige Geest. Het wonder van de talen. Zijn Geest kwam mee in de prediking van Petrus. Christusprediking. Naar de Schriften. Maar ook schuldontdekkend. Zijn Geest deed de gemeente geboren worden... en er werden op die dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen. De toebrenging van de Gemeente des Heeren.

Dagelijkse groei! Wat staan wij daar ver vandaan! Is het niet beschamend? De tijd is donker, ja. Maar laten we toch bidden om de voortgang van dat kerkvergaderende werk van Christus met de bede: bewaar en vermeerder Uw Kerk! Hier en op de zendingsvelden. Laten er nog toegebracht mogen worden ook in onze tijd. Dat onze kinderen de Heere mogen vrezen. Dat Uw Geest ook nog in onze kinderen zou werken de ware bekering tot God.

Dagelijks! Waarderen wij de dag? Elke dag is er één! Onze dagen zijn geteld. Dagen tussen wieg en graf. Elke dag is de dag van Gods geduld en lankmoedigheid. Hij heeft nog geen lust in uw dood, maar in uw bekering. Die zalig werden. In het Grieks staat er: de gered wordende, gezaligden. De Heere voegde de gezaligden toe. Gered worden. Waarvan? Van het eeuwige verderf. Van de eeuwige dood. Van het oordeel. Van de zonde. Ze kwamen met dezelfde levensvraag als in vers 37: "...Wat zullen wij doen mannen broeders om zalig te worden?". Kennen wij deze levensvraag? Vragen naar dat middel om de straf te ontgaan en tot genade te mogen komen. Zij werden zondaar voor God. Maar ze werden ook heengeleid naar Christus. De weg der zaligheid ontsloten in het bloed van Christus.

Behoren wij al tot die Gemeente? Dat was niet zo maar een gemeente. Maar een gemeente van wedergeborenen. Die allen weten van zonde en genade in hun leven. Die allen door Woord en Geest duidelijk zijn geleid en ook de vaste wetenschap mogen hebben van de vergeving der zonden. De kerk bestaat uit kaf en koren, zoals iemand in een gedicht uitdrukte:

Levend groen en dode takken
Rustend op éénzelfde stam
Het is dit hard en fel contrast
Dat mij geheel gevangen nam
De grote vraag is nu alleen:
Waar horen wij dan nu toch bij?
Dit is de grote levensvraag
Voor iedereen, voor u en mij.

Ds. J.B. Zippro