banner_agenda1.jpg

Deze pagina uitprinten? klik op het driehoekje hiernaast:


Zondag 28 juni

Verwerkingsblad (28.6) voor de kinderen (er kan hieruit een keuze gemaakt worden, afhankelijk van de leeftijd)

Vragen bij de preek van zondagmorgen

Hand. 13: 12 "De voortgang van Gods welbehagen op Cyprus"

1. Paulus was door God geroepen om zendeling te worden. Voel je zelf ook weleens het verlangen om in de dienst van de Heere te werken?
2. Op Cyprus stond in de tijd van Paulus een grote afgodstempel om Venus te aanbidden. Zijn er in onze tijd ook nog afgoden?
3. Waarom gingen Paulus en Barnabas eerst naar de synagoge om over God te spreken?
4. Waarom wilde Barjezus (Elymas) niet dat Paulus over de Heere ging vertellen aan de stadhouder?
5. Welke straf kreeg de tovenaar na zijn tegenstand tegen het woord van God?
6. Wat gebeurde er in het leven van de stadhouder na zijn ontmoeting met Paulus en Barnabas?
7. In de preek werd de vraag gesteld: ‘Welke koning dien jij?’ Wat is je antwoord op deze vraag?

Vragen bij de preek van zondagavond

HC Zondag 30 "Aan de tafel des Heeren"

Leestips:
Hebreën 9 en 10 (Christus in het heiligdom)/1 Korinthe 10 (tafel des Heeren en tafel der duivelen)

Citaat: “Als men opstaat en weggaat naar de Tafel des Heeren moet men in de eerste plaats in zijn hart zeggen: Mijn Jezus zal woord houden; daar ben ik nu tevreden mee, daar verlaat ik mij nu op; ‘Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen’; ten tweede een begeerte hebben om zo wel altijd in de tegenwoordigheid van de Heere Jezus te willen blijven, immers zijn hart daarbij Hem te laten”. Wilhelmus a Brakel.

Gespreksvragen:
1. Geef eens aan wat het verschil is tussen de Roomse mis en ons heilig avondmaal?
2. Waarom is de gedachte dat bij de mis Christus opnieuw wordt geofferd zo verwerpelijk?
3. Ons formulier voor het Heilige Avondmaal spreekt over ‘hemelse spijze en drank’. Waarom wordt het brood en de wijn zo genoemd? Het is toch ‘gewoon’ brood en ‘gewone’ wijn?
4. Wie zijn de genodigden tot de tafel des Heeren volgens de HC? Leg deze tekst eens naast het gedeelte over de zelfbeproeving in het formulier voor het Heilig Avondmaal  (de drie stukken).
5. Wie zijn de ‘kleinen in de genade’ (wat is het verschil met de ‘meer geoefenden’)? En waarom zijn zij welkom aan de tafel des Heeren?
6. Hoe moeten de ‘kleinen’ opwassen of groeien? Wat is daarvoor nodig?
7. Wie zijn de hypocrieten? Is er verschil tussen een hypocriet en iemand die zichzelf bedriegt?
8. Hoe kan de tafel des Heeren worden verontreinigd? Hoe wordt in onze gemeente hierop toezicht gehouden?
9. Bespreek de volgende stelling: “Je hoort niet deel te nemen aan een oecumenische viering van het Heilig Avondmaal als er geen tucht wordt uitoefenend. Want wie hieraan meedoet, maakt zich mede schuldig een aan mogelijke verontreiniging van de tafel des Heeren”.

Voor de jongste kinderen:
1. Het brood aan de tafel van het Heilig Avondmaal ziet op het l……………. van de Heere Jezus. De wijn ziet op het b…………. van de Heere Jezus.
2. Als een kind van God een stukje brood krijgt van de dominee aan de avondmaalstafel dan moet hij geloven dat zoals hij nu het stukje brood eet, zo echt is de Heere Jezus voor hem ges…………………………
3. Herman zegt tegen Fennie: ‘ik wil later ook graag aan het Heilig Avondmaal zitten, want dan mag je geloven dat de Heere Jezus je Z……………… is en dan zijn al je z……………….. verg…………………..’.
4. Zou jij ook later naar het Heilig Avondmaal willen gaan?