banner_agenda1.jpg

Deze pagina uitprinten? klik op het driehoekje hiernaast:

 

Vragen over de preek van zondagmorgen 17 januari
> Vragenblad voor de kinderen
1   Wat vond jij van deze preek?
2   Wat deed dit met jou als je nadenkt over de kortheid van het leven?
3   De preek was best moeilijk. Was deze preek meer voor ouderen of ook voor jongeren?
4   Wat heeft  jou het meest aangesproken?
5   Wat zou het doel van de preek zijn?
6   Wat is het doel van jou leven? (Waarom leef jij eigenlijk?)
7   Hoe waren Paulus en de heidenen samen broeders geworden? Hoe noemde Paulus ze daarna? (2 Kor. 12:15, Filippenzen 4:1)                                              
8   Waarom is broederlijke en zusterlijke liefde zo belangrijk? (Psalm 133, 1 Joh. 2:7-11)
9   Wat zegt de Heere over Izebel in Openbaringen 2:21?  Wat heeft dat ons te zeggen?
10 Deze preek was een ernstige waarschuwing maar ook een bemoediging. Waaruit bleek dat?

Vragen over de preek van zondagmiddag 17 januari 

Leestips:
• Leviticus 24: 10-23 (godslastering)
• Jozua 7: 1-15 (gebed van Jozua; gebruik van de Naam)
• 1 Samuel 17: 23-einde (vloekende Goliath)

Belijdenis: “Het derde gebod eist dat we heilig en eerbiedig spreken over Gods namen, titels, eigenschappen, inzettingen, Woord en werken”. Kleine Westminister Catechismus, Vraag en antwoord 54.

Citaat: ‘De namen van God zijn dan eigenlijk niet anders, dan klare vertoningen en uitdrukkingen van Gods heilige en volmaakte deugden, die Hij bezit in en van zichzelf en die Zijn natuur oneindig groot en heerlijk maken’. Th. Van der Groe, Heidelberger Catechismus.

Afbeelding Ai 

Afbeelding: Aanval op de stad Ai

Gespreksvragen:
1. In de hierboven aangehaalde Westminster Catechismus wordt in het antwoord verwezen naar enkele bijbelteksten. Zoek er eens enkele op: Mattheus 6:9 (Gods Naam), Psalm 69: 5 (Gods titels), Maleachi 1:11, 14 (Gods eigenschappen), Psalm 138: 1-2 (Gods inzettingen) en Job 36: 24 (Gods werken).
2. We kunnen de Namen van God zo gemakkelijk misbruiken door ze als stopwoorden te gebruiken. Leg dat eens uit.
3. Wat vraagt iemand die vloekt aan de Heere? En hoe komt het dat dit ‘gebed’ niet meteen wordt verhoord?
4. Simon Petrus vloekte in de zaal van Kajafas. Wat deed de Heere Jezus tegelijkertijd voor hem? Wat kunnen we hiervan leren?
5. Hoe moeten wij omgaan met mensen die we horen vloeken?
6. Leg uit dat zowel Mozes als Jozua hebben geleerd Gods Naam op een eerbiedige en doeltreffende wijze te gebruiken in hun gebed.
7. Leg uit waarom in de Namen Heere, Jezus, Christus zowel over God wordt gezegd dat we dat alleen mogen doen met grote eerbied en met verwachting.

Gespreksvragen voor de kinderen:
1. De Naam van de Heere zegt iets over wie de ………………. is. Wat moet op de stippellijn staan?
2. Wie zomaar de naam van de Heere gebruikt (je zegt ‘God’ net zoals je ‘auw’ kunt zeggen) die ……………. de Heere. Op de stippellijn moet staan: a) dient, b) beledigt.
3. Wie vroeger in Israel de Heere vloekte moest: a) een boete betalen, b) een tijdje in de gevangenis, c) gedood worden.
4. De Naam van de Heere mag je wel gebruiken als je het maar heel e……………… doet.